KRITISCH OP TEMPO

Wat is tijd? Het verlopen van de dag, de mate waarin je iets kunt doen van zonsopkomst tot zonsondergang. Sinds het ontstaan van leven is tijd hetgeen dat structuur brengt in activiteiten. Of het nu gaat om het kunnen vinden van voedsel voor het donker of het aanschuiven bij de maaltijd om stipt zes uur ’s avonds.

Tegenwoordig bestaat tijd uit de relatie tussen het geplande en het verloop van de dag, waarin de abstractie van de tijd verloren is gegaan. De dag is niet langer een geleidelijke aankomst en vertrek van de koperen gloed, waar je moest zorgen dat je een plek had om je te kunnen ophouden voor de nacht en daar te wachten tot zijn nieuwe verschijning.

Tegenwoordig is ons begrip van tijd minder abstract en natuurlijk dan het opkomen en ondergaan van de zon. De tijd is een voortgaand gegeven dat we het liefst voor willen blijven, niet te snel oud willen worden, om van alle onderdelen van het leven te genieten. Terwijl juist in het dagelijks leven de voortschrijding van de tijd zorgt voor een achtervolgend gevoel op onze prestaties en activiteiten.

Waar voorheen de tijd, als gegeven, onze dagactiviteiten bepaalde, liggen in de drukke hedendaagse samenleving de prioriteiten bij het behalen van prestaties, het liefst binnen een zo kort mogelijke tijd.

DE MODERNE TIJD VAN DE STAD

De stad en de moderniteit zijn de bakermat voor een tijds-efficiënt leven. Een plek waar de wekker gaat om op tijd naar je werk te gaan, waar vervolgens het tikken van de klok je zorgen over de naderende deadline ritmisch begeleidt.

De stad is de plek met een korte maar zeer intensieve actieradius. Voor afspraken wordt van hot naar her gevlogen, het liefst met een vertrek- en reistijd die zo kort mogelijk is. Maar ook de tijd buiten het werken wordt ingevuld met het ‘runnen’ van het gezinsleven. Waar direct uit het werk de dichtstbijzijnde supermarkt wordt aangedaan om hier in sneltreinvaart de essentiële boodschappen bij elkaar te zoeken voor de snelle maaltijd. Totdat uiteindelijk de buitenwereld kan worden afgesloten met het dichtslaan van de voordeur van de woning.

Een gevoel van rust wordt afgewisseld met flitsen van verantwoordelijkheden. Ook in het huishouden moet het eten snel worden klaargemaakt, zodat er nog tijd over is voor de avondstudie. Ruimte voor vrije tijd voelt hierbij schuldig en, daar waar dit toch per ongeluk ontstaat, wordt het ingevuld met het gedachteloos checken van één van de vele digitale apparaten op de laatste berichten vanuit de sociale media of in het zoeken van vermaak in een virtuele wereld.

“Gestimuleerd door de media worden de veelal passieve receptoren of consumenten overtuigd van de activiteiten die ze zouden moeten doen in hun vrije tijd. Waarmee hier een illusoire ontsnappingsmogelijkheid aan het dagelijks leven wordt voorgespiegeld.”

Dit soort momenten van de vrije tijd werden door de filosofen van de Frankfurter Schule, in het bijzonder Theodor Adorno en Max Horkheimer, al benoemd in hun boek ‘’Dialectic of Enlightenment”. Waar zij de cultuurindustrie beschrijven en deze in één adem wordt genoemd met de deceptie van de verlichting.

Zij stellen dat ‘de vrije tijd wordt gekoloniseerd door wat we een vrijetijdsindustrie zouden kunnen noemen’. Waarmee er op een soortgelijke wijze wordt geregeerd over de wijze van vrije tijd als op de werktijd van arbeiders’.

Cultuur en invulling van vrije tijd werden een generiek product voor de massacultuur. Een gedachtegoed dat anno 2016 bijna één op één kan worden gekoppeld aan de gewetenloosheid en afhankelijkheid van het gebruik van de moderne media. Waarin bedrijven voor hun eigen financiële gewin een wondere wereld aan persoonlijk contact en verbinding voorspiegelen aan het passieve en opgezogen publiek. Terwijl hierdoor juist de authentieke momenten van vrije tijd en geluk, zoals liefde, het spel, het feest en de kennisvorming worden vergeten. - Henri Levebvre

Het daadwerkelijk uitrusten en ontspannen wordt vergeten. De ruimte voor daadwerkelijke geestensrust of meditatie wordt door de moderne media uitgesteld of gesynthetiseerd. Waardoor tot slot niet meer wordt gedacht aan daadwerkelijke meditatie of verdieping van de geest.

Over verdieping van de geest gesproken. Niet alleen de commerciële instellingen zijn geïndoctrineerd door tempo en tijd. Nee, ook de instellingen voor het bevorderen van het intellect kunnen er niet meer zonder.

‘Welcome my son, welcome to the machine’. Na vier jaar basisvaardigheden te hebben ontwikkeld bij een generieke en tijd efficiënte HBO-instelling lijkt een verdiepende masteropleiding toch erg aanlonkend. Maar zelfs een opleiding die met zijn unieke opbouw de leerlingen onderdeel laat zijn van de intensieve tijds-efficiënte architectenpraktijk lijkt soms te vergeten om juist het curriculum-onderdeel intensief verdiepend te laten zijn. Waardoor de kleinschalige conceptuele, historische of wetenschappelijke kansen voor verdieping van de geest soms lijken te worden ondergesneeuwd door massale, intensieve en zelf-afhankelijke ontwerpprojecten.

DE IDYLLISCHE CYCLUS VAN HET PLATTELAND

“Tegenover het aloude ambacht als uiting van individuele creativiteit komt de industrie als zielloze reproductie te staan; het dorp als plek van geborgenheid en identiteit vindt zijn tegenhanger in de stad als plek van ontheemding en anonimiteit”

Ferdinand Tönnies vat dit begrip samen in het contrast tussen Gemeenschap(Gemeinschaft) en Gezelschap(Gesellschaft). Oftewel de wereld van het dorp met de traditie van face to face-relaties tegenover de wereld van de stad, met het moderne, anonieme, indirecte en zakelijke contact. Het collectief versus het individu.

Wanneer ik het dijkgat doorrijd in de polders van het meest noordoostelijke deel van Groningen lijkt de relatie met de tijd op het boerenerf anders dan ik gewend ben in de stad. Hier heeft men natuurlijk ook de verantwoordelijkheid om de dieren ‘s ochtends en ’s avonds te verzorgen, maar toch lijkt er een meer natuurlijke relatie te zijn tussen het verlopen van de dag en het indelen van de tijd.  De afstand tussen het werken en wonen lijkt daarbij een belangrijke factor te zijn. ‘s Ochtends na het opstaan kan binnen enkele stappen de stal worden bereikt om de koeien te melken, om vervolgens na enkele uren hard werken weer kan worden uitgerust in de woning. Er lijkt een gebalanceerd en cyclisch verloop van wonen en werken te ontstaan, gebaseerd op het tijdstip van de dag.

Nadat de koeien vroeg in de ochtend zijn gemolken is er even tijd om weer terug in bed te kruipen om nog even verder uit te rusten. Om negen uur wordt er ontbeten aan de keukentafel met zicht op de schuren. De rest van de dag wordt ingevuld met werkzaamheden op en rond het erf, afgewisseld met het samenkomen van het gezin rond de keukentafel om koffie te drinken of te lunchen. Bij mij ontstaat daarbij het gevoel dat tijdsdruk voor het direct afmaken van een taak minder nadrukkelijk aanwezig is dan dat in de stad het geval is en speelt zich dit op het platteland zich af op een grotere schaal. Bijvoorbeeld in dagdelen om te melken, dagen om te onderhouden en seizoenen om te oogsten. Wat zo in een groot contrast straat met ieder kwartier dat beslissend kan zijn in de stadse ‘deadlinefabriek’.

Ik wil me echter niet blind staren op het idyllische plaatje dat zich voor mijn ogen afspeelt wanneer ik op bezoek ben op de boerderij. De mate van ondernemerschap, gebondenheid en de risico’s die verbonden zijn aan het moderne boerenberoep doet menig ‘stadse manager’ beven, nog niet eens gesproken over de fysieke belasting die elke dag wordt gevraagd. Maar toch symboliseert het boerenleven wel een positieve en organische woon- werk relatie, die in de stad in de hectiek verzwolgen lijkt te zijn geraakt.

DE TEMPORISERENDE STAD VAN DE TOEKOMST

Wanneer de moderne mens het tempo blijft opvoeren kan er een tijd komen waar er geen ruimte meer is voor al deze individuen in de stad. En wanneer de moderne mens het tempo blijft opvoeren kan er een tijd komen dat de mens zich niet meer kan verhouden met de tijd.

Waar de mens de snelheid van de techniek en machines probeert bij te houden. Op dat moment zal de stad een geautomatiseerde lopende band zijn, die de generieke mensen in beweging houdt en de uniekelingen als ‘foutmarges’ van de band veegt.

Of zou de drang naar welvaart en succes kunnen worden getemperd. Kunnen genot, ontwikkeling en ontspanning een vernieuwde waarde krijgen in een mensenleven. Zodat er ruimte zonder oppressie blijft voor persoonlijkheid en creativiteit, die gewaardeerd wordt binnen de gehele samenleving.

Misschien kan het stedelijk gebied daarin iets leren van het leven op het platteland. De woon-werk relatie die hier zo typerend lijkt voor het boeren bestaan kan wellicht ruimte maken in de chaos en gehaastheid van de stad. En dan doel ik hierbij niet eens op fysieke ruimte, want de stad ontstaat en gedijd in een hoge ruimtelijke dichtheid.

Maar de ogenschijnlijke minder gedwongen tijdsbepalende cyclische levenswijze op het boerenerf zou kunnen zorgen voor een meer organische stad. Waar werken en wonen één zijn, met elkaar afgewisseld gedurende de hele dag. Waardoor het leven in de stad kan worden veranderd van generiek en hectisch, naar bruisend van creativiteit en positiviteit.

Architecten! Ontwikkel deze stad, die strijdt tegen het gevestigde tempo. Maak plekken die opgewassen zijn tegen de gehaastheid, maar die voornamelijk zorgen voor persoonlijke ontwikkeling en creativiteit die voortvloeien uit een organisch en afwisselende relatie tussen wonen, werken, ontwikkeling en vrije tijd.

Maak ruimte!