A building that needs no story / Paul Breteler

A building that needs no story

Inzending Academic Architecture Award 2016

I went on a walk and met Vitruvius. He looked a bit down, so I asked what’s up. ‘You forgot about me’, he said. ‘You forgot about all about my lessons. You forgot about what’s important.”

Door de bouwcrisis van 2008 heeft ons beroepsveld zichzelf moeten herpakken. We werden gedwongen om kritisch naar elkaar en naar ons beroep te kijken. Dit heeft ertoe geleid  dat architecten zich meer dan ooit richten op integraal ontwerp. Deze integrale aanpak zorgt in principe voor architectuur met een beter doordachte samenhang. Het probleem is dat deze samenhang niet altijd direct zichtbaar is. Hierdoor komt een goed ontwerp tegenwoordig moeilijk over. Een gebouw heeft tegenwoordig een verklaring nodig; een goed verhaal moet ervoor zorgen dat je serieus genomen en gehoord wordt.

Telling is selling

De crisis heeft ertoe geleid dat architecten zich meer bezig moeten houden met de marketing van hun ontwerpen. Verklaren wordt verkopen. Op een narratieve wijze worden kwaliteiten toegekend aan gebouwen die zonder het verhaal niet zichtbaar zijn. ‘Telling is selling’. Architecten geven hun ontwerp niet meer over aan de subjectiviteit van het publiek. Subjectiviteit geeft de ruimte om het niet eens te zijn met het ontwerp of het zelfs af te keuren. The question rises wat de waarde is van zowel het ontwerp als het begeleidende verhaal. Dit gebeurt niet alleen in de architectuur, maar bijvoorbeeld ook in restaurants. Hier bestel je een huisgemaakte pasta met echte pomodori tomaten uit Italië en verse basilicum uit eigen tuin. Men wordt beïnvloed door mooie woorden, maar haal die mooie woorden weg en wat hou je over? De kunst zit niet in het mooi omschrijven van je producten, maar in de ingrediënten zo te combineren tot een fantastisch gerecht. Een gerecht dat geen uitleg nodig heeft. Hetzelfde geldt voor architectuur. Begrip creëert geen schoonheid. Schoonheid is, in de woorden van Immanuel Kant: “dat wat zonder begrip algemeen bevalt”. Dat wil zeggen dat het geen verhaal nodig heeft.

Trinity

Deze prijsvraag is helaas een levend voorbeeld van deze nieuwe marketing. Ons wordt gevraagd om een gebouw te ontleden en te ‘verkopen’ in allemaal verschillende ingrediënten. Wat is goed aan het gebouw in cultureel aspect, sociaal aspect, technisch aspect, economisch aspect en ecologisch aspect. Wat is goed aan het gebouw op het aspect van duurzaamheid en het aspect van leefbaarheid. Een gigantische waslijst van functionele onderwerpen, maar geen vraag over de ervaring of beleving van het gebouw. 

De prijsvraag richt zich met name op één van de drie basiswaarden van Vitruvius*, utilitas, en voor een klein deel op firmitas, terwijl goede architectuur uit alledrie bestaat. Het gebouw wat ik aan u ga presenteren (niet verkopen!) blinkt niet uit in zijn energetische waarden, hightech-bouwtechnieken of culturele impact op de wereld, maar is wel een perfect voorbeeld van hoe firmitas, utilitas en venustas kunnen leiden tot goede architectuur waar we veel van kunnen leren. Ik zal u de venustas van de utilitas laten zien en trachten om de schoonheid weer terug te brengen in de architectuurdiscussie. Ik stel u voor aan de kerk van de Abdij St. Benedictusberg van Dom Hans van der Laan.

*De drie basisprincipes van Vitruvius: utilitas, firmitas & venustas

The architect

De kerk van de Abdij St. Benedictusberg werd in 1967 gebouwd in Mamelis (Limburg, Nederland). Het ontwerp kwam van Dom Hans van der Laan (1904-1991), die naast architect ook een monnik was in de abdij. Hij was één van de leidende figuren van de Bossche School, een stroming gebaseerd op de lessen Kerkelijke Architectuur die hij gaf in Den Bosch. Het beginsel van deze architectuur lag in de opvatting dat de mens de oneindige ruimtelijkheid van de natuur niet kon vatten en dat architectuur het medium is om dat voor hem te doen. Architectuur is meer dan onderdak of cultuur, maar een afbakening van natuurlijke ruimte die zorgt voor een beter begrip van de werkelijkheid. Het is geen toeval dat tijdens deze zoektocht Dom Hans van der Laan het geloof heeft gevonden.

The building

Het eerste beeld van de uitbreiding van de abdij is een verzameling van wit gekalkte bakstenen bouwwerken met eenvoudige raamopeningen en grijze zadeldaken. Deze simpele materialen en vormen zetten zich door in het interieur. Wanden en vloeren van gekalkt baksteen of beton, deuren en plafonds van grof en donker hout. De eetzaal heeft veel natuurlijk licht dat binnenstroomt door de grote wandopeningen naar de binnenplaats toe. Al het meubilair is door van der Laan zelf ontworpen; allemaal even strak in vormgeving, zonder franje of luxe, maar met een sterk gevoel voor verhouding. De bibliotheek is een meer gesloten ruimte. Hier heeft geborgenheid en rust de overhand. Ondanks de twee lagen en vide blijft de ruimte een kleine schaal houden.

De bovenkerk is het belangrijkste deel van de uitbreiding. Hier komen de monniken samen voor de liturgie. Ook hier komen we weer simpele materialen tegen met als uitzondering het altaar. Dit rechthoekige massieve blok is gemaakt uit één stuk natuursteen. Natuurlijk licht stroomt van boven binnen via de grote wandopeningen onder het plafond wat zorgt voor een sacraal effect. Ook akoestisch is de ruimte bijzonder. De liederen van de monniken galmen zonder te echoën.

Onder de bovenkerk bevindt zich de crypte. Deze heeft kleine zijramen waardoor er enkel dramatisch strijklicht naar binnen valt. Hier vindt men meer natuursteen wat de ruimte verbijzondert. Hoewel ik elke functie afzonderlijk beschrijf, geeft het gebouw niet het gevoel van losstaande ruimtes. Alles vloeit in elkaar over. Het gebouw vervult elke functie die de monniken kunnen wensen en omhult die functies met een solide, maar zeer zorgvuldig vormgegeven casco. Dit casco is zo goed gemaakt dat het geen aanvullende versiering of bekleding nodig heeft om mooi te zijn. Met name de kerk van de abdij is een perfect voorbeeld; utilitas=firmitas=venustas.

De eerste ontmoeting roept bijna een soort verwarring op. Hoe kan een klooster zo’n moderne uitstraling hebben? Hoe kunnen zulke simpele en goedkope materialen zo warm en rijk voelen? Het is fantastisch om te zien én te ervaren hoe soberheid tegelijkertijd ontzettend luxueus kan aanvoelen. De aanpak van Dom van der Laan heeft ertoe geleid dat de monniken in eenvoud en bescheidenheid kunnen leven, zonder ook maar gevoel van karigheid. Architectuur geeft ze direct een verbeterde kwaliteit van leven.

Ratio, faith and liturgy

Hoe bereikt hij dit? Wat is het geheim? Dom van der Laan was gefascineerd door verhoudingen. Hij zag dat maatvoering niet alleen met functionele zaken te maken had, maar ook met de ervaring, de beleving en het karakter van het gebouw. Hij ondervond dat niet ‘aardse’ middelen (kleur, materiaal, textuur, functie), maar juist de ruimte tussen deze elementen de beleving en de schoonheid van een gebouw bepalen.

Om de ideale verhouding te vinden heeft Van der Laan veel onderzoek gedaan naar de waarneming van de mens; naar hoe wij ruimtes ervaren. Wanneer zien wij iets als even groot? Hoe ver kunnen muren uit elkaar staan voordat wij het gevoel van een ruimte verliezen? Al experimenterend kwam hij uit op een verhoudingsgetal dat grenzen bepaalt. Dit getal heeft hij ook wiskundig kunnen beredeneren. Deze beredenering zou gezien kunnen worden als een driedimensionale vertaling van de Gulden Snede. Dit verhoudingsgetal, het Plastische Getal, is 1,324718; grofweg 4/3. Uit zijn onderzoek volgde dat 7 opeenvolgende maten een ‘orde van grootte’ vormen, vergelijkbaar met (de noten van) een octaaf. Net zoals een componist speelt met de verschillende noten en octaven kan een architect ontwerpen met de verschillende maten en ordes. Hij kan de onderlinge verhouding van volumes en ruimtes tot één geheel componeren.

Dom Hans van der Laan is het, zowel psychologisch als wiskundig, gelukt om een constante te vinden in een belangrijk onderdeel dat bepaalt wat men ziet als schoonheid. Maar het succes van de architectuur ligt niet alleen in de verhoudingen. Het heeft meer dan alleen een dienende functie richting de monniken. Het belichaamt de levenswijze die het geloof vraagt en beloofd. Het is even simpel en diepgaand als de liturgie. Het is even minimalistisch en teruggebracht tot de essentie. Het lijkt monotoon en repetitief, maar biedt zoveel meer in de ervaring. Ze dienen ook hetzelfde doel. De liturgie biedt afbakening om een onmetelijke grootheid te leren kennen, net zoals het gebouw de natuurlijke ruimte inkadert. Beide zijn gelijke instrumenten, methoden, om de werkelijkheid beter te begrijpen.

This is the building; does it speak?

Je zou het gebouw kunnen beoordelen op de aspecten die in deze prijsvraag genoemd worden. Maar die zijn simpelweg niet van belang. In de woorden van Dom Hans van der Laan zelf: “Want voor de algemene vorm van het huis is het niet van het eerste belang waartoe het huis dient, maar dat het dient; niet waarvan het gemaakt is, maar dat het gemaakt is; en niet hoe het samengesteld is, maar dat het samengesteld is.” Het draait niet om het verhaal van de architect over het gebouw, maar om het verhaal wat het gebouw zelf vertelt. Zijn verhaal is zijn zijn.

John Ruskin heeft ooit gesproken over de welsprekendheid van de architectuur. Gebouwen spreken over duidelijk waarneembare thema’s. In dit geval draagt de abdij de pure, esthetische, schoonheid uit van de liturgie van de monniken. Dit zit in de functie, de constructie, de materialen, de ruimtes en in de verschijningsvorm. Het is een gebouw waar alles samenkomt. Het is het perfecte gebouw voor de gebruiker.

Wij als architecten kunnen hier een belangrijke les uithalen. Wij moeten een nieuwe manier adopteren waarop wij onze ontwerpen presenteren. In plaats van uit te leggen waarom men ons gebouw goed moet vinden zou men moeten vragen: "Dit mijn gebouw, wat vind je er van? Spreekt het je aan?